Botanische mapjes

Leeftijd: 5 jaar    

Montessorimateriaal:  ja    

Doelen:

  • Scherpen van de waarneming
  • Ontwikkelen van de belangstelling voor de natuur
  • Taalvorming: leren van de namen van de afbeeldingen op de kaarten

Wat vooraf kan gaan: 

  • Beleven gaat voor leren. Daarom geef je eerst algemene lessen over: 
    • De groei van de boom
    • Het bos
    • Het park
    • Struiken (bessen)
    • De wingerd
    • Diverse soorten bomen, zoals loofbomen, naaldbomen, vruchtbomen
    • Bladeren
    • Bloemen
    • Wortels
  • Allerlei tuinier-activiteiten, buiten en binnen, inclusief oogsten, want voor jonge kinderen interessanter is om mee te beginnen dan planten/zaaien. 
  • Zaaien in een plantenkasje. 
  • Planten in de klas houden
  • Verzamelingen in de klas maken van bladeren, vruchten en schelpen. 
  • Bloemen ontleden; verschillende soorten, ontdekken van verschillen in kleur, vorm, meeldraden
  • Wortels van een plant laten zien: delev van de wortel en functie van de wortels.
  • Delen van de steel
  • Functie van de steel (genruik gekleurd water) 
  • Delen van een blad
  • Delen van een bloem
  • Delen van een stuk fruit: fruit bekijken: schillen, snijden, onderdelen ontdekken.
  • Delen van een zaadje
  • Knollen en bollen laten zien. 
  • Bollen planten
  • Verse bloemen of takken meenemen
  • Ieder kind zou een plant moeten hebben waarvoor hij kan zorgen. 
  • Laat enkele zaden spruiten in een doorzichtige glazen pot, zoals bonen en maïskorrels. Stop de zaden tussen glas en een stuk keukenpapier of een stukje katoenen stof. 
  • Stop enkele bonen op verschillende manieren in de pot en kijk wat er gebeurt. Kinderen merken dat een boon altijd naar boven groeit met de steel en dat de wortel naar beneden gaat. 
  • Maak werkjes met paren maken, gradaties leggen of sorteren, gebruik makend van de dingen die de kinderen uit de grond halen in de tuin. 
  • Werk met het kastje met de bladvormen en bladeren. 
  • Bovenstaande activiteiten dienen vergezeld te gaan van gesproken taal. 
P1010012.JPG-3 P1010010.JPG-5

Materiaal: 

  

De botanische mapjes zijn er drie series.

  1. De kleine serie wordt in de onderbouw gebruikt en heeft vier mapjes met in ieder mapje 5 kaarten. Het zijn deel-geheel analyses van de boom, de bloem, het blad en de wortel. Eigenlijk zou bij deze serie nog de vrucht kunnen horen. Het idee van het mapje is, dat alles nog niet te zien is. Er zit een bepaalde geheimzinnigheid aan. Je weet pas wat er allemaal bij hoort, als je het werk uit het mapje haalt. 
  2. In de tweede serie zitten 73 kaarten en deze behandelen bladvormen, delen van de stengel en de wortel, de vrucht, zaden, bol en paddestoel.
  3. Met de derde serie kan het kind kennismaken met de groei-en bloeiwijzen.

Aanbieding: 

  1. De leidster haalt met het kind het bakje met mapjes uit de kast. De kist staat op de tafel van het kind. Een mapje wordt eruit gehaald en de kist gaat terug in de kast. 
  2. De leidster haalt de kaarten uit het mapje, nog op elkaar, en vertelt bij de kaart van de volledige boom: „dit is de boomplant. Wat zie je aan die boomplant?” Als het kind antwoordt: „ takken”, pakt de leidster de kaart van de takken erbij. Als het antwoordt „bladeren”, wordt die kaart gepakt. 
  3. De leidster kan nog andere vragen stellen: „is het zomer of winter?” 
  4. De leidster vraagt nu aan het kind om de woordjes erbij te leggen. 
  5. Op de achterkant van de kaarten kun je de stickers met de namen plakken. Dan is de controle van de fout: „draai de kaart maar om”. 
  6. Dan herhaal je de oefening: de kaarten gaan door elkaar en het kind legt nog een keer de namen bij de plaatjes. 
  7. Als alle namen nieuw zijn, kun je een namenlesje doen. 


Op iedere kaart is een onderdeel gekleurd en op een kaart het geheel. Het kind kan:

  • De kaarten bekijken
  • De namen leren van de onderdelen via een drietrapslesje door de leidster, indien mogelijk met concreet materiaal! 
  • De namen bij de juiste kaart leggen. Voor kinderen die gewend zijn het koordschrift te lezen is het handig de naamkaartjes zelf te maken in schrijfschrift. Kijk daarvoor bij de downloads pagina
  • De namen neerleggen met de grote letterdoos. 
  • Echte dingen voorzien van kaartjes. 
  • Definities of beschrijvingen bedenken. 
  • Definitie boekjes en definitiewerkjes (met kaarten in 3 fasen) doen. Voor meer informatie over definitiewerkjes ga je naar de pagina lezen van classificaties, nr 4. definties. Zie foto's hieronder: 
IMG 1387

Boekje met definities, definitiewerkje en deel-geheel werkje. Alles in een mapje bij elkaar. 



IMG 9489 IMG 9488

Boekje met definities

Het is goed om de botanische mapjes te integreren in de kosmische lessen. Zorg ervoor dat kinderen de materialen van de botanische mapjes ook in het echt kunnen ervaren met al hun zintuigen. Ga een boom bekijken of haal een paddestoel in de klas en laat kinderen dan pas werken met de mapjes. Nadat de groei- en bloeitijd voorbij is, kan het kind in de andere seizoenen nog steeds met de mapjes werken. Er is geen verplichte volgorde in het aanbieden van de series, maar als een van de mapjes aansluit bij het seizoen, kan je die de voorkeur geven. Dan kan het mapje aansluiten bij het echte materiaal. 

In de wintermaanden kun je ‚keukentuintjes” maken. Bloembollen planten, knoppen onderzoeken. 

De botanische puzzels sluiten goed aan bij de botanische mapjes en kunnen als verwerking dienen.

botanische mapjes koo

Kinderen kunnen een kaart of een serie kaarten overtrekken en inkleuren. Ze kunnen er de onderdelen bij schrijven en er een boekje van maken.

Kinderen kunnen na de botanische mapjes ook nog werken met de drie botanische puzzels. 

In navolging van de botanische mapjes kun je ook mapjes maken van dieren en andere zaken, zoals: 

  • zoogdieren
  • insecten (de worm, bij, spin, vlinder)
  • de krab
  • de slak
  • de salamander
  • de duif
  • het paard
  • de schildpad
  • de kwal (holtedier)