De tijdlijn van het leven

De tijdlijn van het leven

De tijdlijn is een uitvoerig werkje dat door de leidster gemaakt kan worden. Uit vilt (is oprolbaar, erg mooi) of karton maakt men lange stroken, naar verhouding van de perioden en in verschillende kleuren. Het kind legt de stroken in de gang of in een vierkant in de klas (zie foto's) In iedere periode kan hij of zij foto's leggen en voorwerpen die bij die periode horen. Een aanrader is hiervoor het boek "het leven op aarde" van Richard Attenborough, dat waarschijnlijk wel ergens tweedehands te krijgen is. Probeer 2 exemplaren te krijgen, dan kun je alles eruit knippen wat je wilt. 


Geschiedenismateriaal

Om een goed inzicht te krijgen in de geschiedenis, kan een tijdbalk gebruikt worden. 
Mevrouw J.J. Prins-Werker en Dr. A. Romein-verschoor ontwikkelden geschiedenismateriaal voor de Montessorischool. Zij streefden ernaar een intense beleving van een bepaalde periode te verkrijgen. De geschiedenis werd hierbij in vier perioden beschreven: de Germanen, de middeleeuwen, de zeventiende eeuw en de negentiende eeuw. In ieder tijdperk werd naar dezelfde aspecten gekeken. Deze werden door middel van vragen aan de orde gesteld. Het materiaal is geschikt voor individueel gebruik en bestaat uit vier grote kaarten, elk verdeeld in een aantal vakken met vragen en een reeks kleine kaartjes voor elke periode, die als antwoordkaartjes bij de vragen kunnen worden gelegd. Het zijn uitvoerige antwoorden met veel wetenswaardige bijzonderheden.

Elke grote kaart heeft een bepaalde kleur, de kleine kaartjes die erop betrekking hebben, hebben een rand van dezelfde kleur.

Kaart 1: het natuurlijke aspect

Hoe was de bodem en het klimaat?
Welke flora, welke fauna?
Welk volk woorde daar? Hoe kwam het volk daar?

Kaart 2: het sociaal-economische aspect

Welk werk werd er gedaan?
Welke arbeid en bezigheden?
Wat bracht men voort?
Welke werktuigen en techniek?
Hoe maakte men het land meer bewoonbaar?
Hoe gebruikte men de natuur?

Kaart 3: het aspect van de samenleving

Ruilhandel en verkeer?
Oorlog en verovering?
Salvernij en onderwerping?
Reizen en trekken?
Welke groepen waren er?
Hoe was de nederzetting?
Hoe was het bezit van geld en goed? Armenzorg?
Hoe was het bestuur?
Kleiding, voeding, gerei?
huizen?
Gezin? Gewoonten? Levenswijze?
Kinderverzorging?

Kaart 4: De beschaving

Welke gedachten over leven en dood?
Welke taal en overlevering?
Welke versiering en kunst?
Welke godsdienst of wijsheid?
Hoe was de beschaving? Feesten en vermaak?
Hoe was het onderwijs? En de wetenschap?
Wie waren de geestelijke leiders?
Hoe was het recht?

De kleine kaartjes worden gelezen en bij de vraag gelegd. Dit materiaal wordt gegeven na een inleiding van de leidster. Het is van belang veel te bespreken met de kinderen en te zorgen voor illustratiemateriaal, zoals plaatjes, kaartjes en boeken.

Bron: Sixma, J, 1956, De Montessori lagere school, Wolters, Groningen