Children’s house - het huis van de kinderen

Een montessoriklas behoort toe aan de kinderen. Zij moeten zich eigenaar voelen van de klas. Dit kun je bewerkstelligen door erover te praten. In een gesprek kun je de kinderen vragen: "van wie is deze klas?” * De kinderen komen met allerlei antwoorden, van de directeur… tot jou! In het beste geval geeft iemand het antwoord dat het de klas van de kinderen is. De conclusie van dit gesprek kan dus zijn dat zij als kinderen de klas hebben en er ook goed voor zullen moeten zorgen.

Wat betekent dat in de praktijk? De kinderen kunnen helpen met alle dingen waar je als leidster zo hard aan werkt. Denk eraan dat kinderen, tegen de tijd dat ze naar de middelbare school gaan, een boerderij zouden kunnen bestieren. We betrekken hen dus het beste bij alles waarbij zij kunnen helpen en als het mogelijk is, laten we de taak aan hen over. 

  • De kinderen helpen met het repareren van materialen
  • De kinderen helpen met het opfrissen van werkjes
  • De kinderen verwisselen de wc rol als hij op is. 
  • De kinderen zijn betrokken bij het maken van de dagindeling. 
  • De kinderen worden betrokken bij het nemen van beslissingen. 

Door kinderen dingen uit handen te nemen, bijvoorbeeld door kleurcoderingen op de kasten of materialen aan te brengen, maken we het zwaar en vermoeiend voor onszelf, terwijl dit helemaal niet nodig is. Tim Seldin, een bekende Montessoriaan, moedigt ons aan om helemaal niets te doen in de klas als de kinderen er niet zijn. Zou je het zelf fijn vinden als iemand in jouw huis kwam, terwijl je er zelf niet was en in je huis ging schuiven en veranderen? Zou het dan nog voelen als jouw huis? 

In de onderbouw zou je de dag kunnen beginnen door een kind dat binnenkomt te vragen: „waar wil je vandaag mee helpen om de klas klaar te maken?” Kijk samen rond in de klas en laat het kind ontdekken wat er gedaan moet worden. 

Dingen die gedaan kunnen worden zijn bijvoorbeeld: 

  • De tafel- en stoelpoten schoonmaken. 
  • De wasmand, vol met vuile doeken of stofdoeken, schoonmaken.
  • Van uitgebloeide bloemen  de bloemblaadjes verwijderden.
  • Nieuwe vaasjes met bloemen schikken.
  • De dieren schoon water en voedsel geven. 
  • Voor bepaalde oefeningen uit het dagelijks leven kunnen wortels, sinaasappels, brood, pinda’s, etc. klaargezet worden. 
  • Gekleurd water klaarzetten voor de landvormen bakjes. 
  • Placemats schoonmaken.
  • Sponzen schoonmaken of nat maken.
  • Kastplanken stoffen.
  • De schone was kan van de waslijn gehaald worden en opgevouwen worden. 
  • Voorwerpen kunnen gewassen of gestoft worden. (blik van stoffer en blik, scharen, etc. )
  • Lijmpotten-deksels en kwastjes kunnen schoongemaakt worden. 
  • Planten kunnen water krijgen
  • De snack (fruithap) kan klaargezet worden en op een krijtbord kan geschreven worden wat er vandaag op het menu staat. 
  • Het papier voor de metalen inlegfiguren kan klaargelegd worden. 

Middenbouwers kunnen ook op zo’n manier hun klas klaarmaken. Lamineren of uitknippen van kaartjes, materiaal repareren en een verdeling maken van het werk dat gedaan moet worden. Ze kunnen boodschappenbriefjes maken voor een project, nieuwe materialen samenstellen, telefoongesprekken voeren over uitjes of ouders bellen om te bevestigen dat ze kunnen rijden naar een uitje. Ze kunnen helpen om kosmische lessen klaar te zetten, de klas te verfraaien en de spullen op te ruimen als een project is afgelopen. 

Oefeningen uit het dagelijks leven dienen nog steeds een belangrijke rol in hun dag te spelen, hoewel het minder formeel is. Terwijl de kinderen de klas voorbereiden  voor de dag, bereiden ze ook zichzelf voor. Ze leren dat hun werk een echt effect heeft op hun omgeving. Ze wennen eraan om regelmatig een bijdrage te leveren aan hun gemeenschap. Ze krijgen zelfvertrouwen in hun eigen kwaliteiten en realiseren zich hoeveel tijd er gaan zitten in ieder project. Ze ontwikkelen een goed gevoel voor respect voor de wereld om hen heen. En dit is de belangrijkste reden, nog meer dan dat alles gedaan wordt,  dat de klas de klas van de kinderen is. 

*Lees voor uitwerking van dit gesprek over wiens klas is dit: „Montessori in the classroom" van Paula Polk Lillard, blz 23.