Handen wassen

londen motoriek wassen

Het handen wassen kan een heerlijke activiteit zijn, een die het kind een gevoel van succes geeft. En een die de concentratie opbouwt en rust geeft. Een kind in mijn klas verzuchtte na het lesje: “ik vind dit zo leuk, dit kan ik wel de hele dag doen.” 

Doelen
Bij handen wassen werk je aan spiersterkte, concentratie, onafhankelijkheid, het dragen van spullen, volgordelijk werken. 

Leeftijd:
3 1/2 jaar. Het lesje vereist een aantal 
vaardigheden. Als die aangeboden zijn, kan het kind dit lesje doen. Tot die tijd kan het gewoon zijn handen wassen bij de wasbak. 

Voorbereiding

  • het uiknijpen van een spons
  • schenken en het dragen van een emmer. 
  • Eventueel ook al een lesje in hoe je geknoeid water op kunt ruimen. Zorg voor een routine en bied deze aan aan de kinderen. 
  • Handen wassen vereist behoorlijk wat concentratie en vermogen volgordelijk te werken. Hoewel dit in het lesje getraind wordt, moet het kind al wel wat ervaring hebben met werkjes met meerdere stappen. 

Wanneer je een lesje in handen wassen geeft, doe je eerst alle stappen zelf. Als je helemaal klaar bent, mag het kind dit werkje pas zelf doen. Je kunt tegen het kind zeggen dat het de handen achter de rug kan doen zodat het kind weet dat het aan het kijken is. Stappen in dit lesje zijn: 

  1. Trek een schort aan en laat het kind een schort aantrekken. 
  2. Doe sieraden af en leg ze in een schaaltje. 
    (dit kan een schaaltje zijn op de tafel, niet aanwezig op de foto) 
  3. Haal warm water in een kan.
  4. Schenk het water in, met beide handen. Laat nog een beetje water in de kan voor later. 
  5. Maak de handen nat iin de kom. 
  6. Pak de zeep en smeer je handen in. Eerst de palm, dan de achterkant, dan een voor een de vingers. En dan tussen de vingers en de polsen. 
  7. Spoel je handen af in de kom. Laat je handen laten uitdruipen. 
  8. Gebruik de nagelborstel: natmaken, zeep erop doen, nagels een voor een borstelen en steeds tussendoor afspoelen. 
  9. Droog je handen af met de handdoek. Handen (binnenkant en buitenkant), vingers, pols.
  10. Hang de natte handdoek op en pak een nieuwe.  
  11. Gooi nu het water weg in een emmer die onder de tafel staat 
  12. Het overgebleven water van de kan kun je nu in de kom schenken. Met een sponsje kun je nu de kom ontdoen van zeep. 
  13. Draag de emmer naar de wasbak en giet hem leeg. 
  14. Droog de emmer met een doek. 
  15. Droog de kom met een doek. 
  16. Droog de kan met de doek. 
  17. Droog de tafel
  18. Nu kun je de activiteit voorbereiden voor het volgende kind. Nieuwe handdoek neerleggen. 
  19. Eventuele sieraden kun je weer aandoen.
  20. Ruim het schort op. Sommigen willen het schort opgerold bij de activiteit, anderen hangen het op een haakje. 


Je kunt ook andere waswerkjes aanbieden in de kast: 

  • Tafel 
  • pompoen
  • schelpen
  • baby (er zijn mensen die een echte baby meenemen naar school) 
  • Stenen
  • Vloer
  • Voeten. Neem hiervoor een teil om volwassen formaat. Omdat dit een activiteit is die kinderen doen bij een ander, zou het ook zo kunnen zijn dat het kind jouw voeten wast. Het kind zit op een stoel. Iemand anders wast de voeten. Gebruik daarna een nagelborstel. Droog de voeten en masseer ze dan zorgzaam met lotion. 

Al deze lesjes hebben ongeveer dezelfde stappen als het lesje tafel wassen.