Tafel wassen 

Tafel wassen is van grote waarde en je zou er als leidster heel veel lesjes mee moeten geven. Het is een uitstekende activiteit voor het kind dat zijn concentratie op moet bouwen. Het traint zijn spieren en hij moet nadenken over alle stappen, dus traint het ook de hersenen. Het kind traint met deze activiteit de grove motoriek. Kinderen die graag met hun armen draaien, kunnen hierbij lekker hun energie kwijt. Het is ontspannend om lekker met de handen in het warme water te gaan. Het kind dat nog niet voldoende coordinatie heeft over de spieren, of nog beter moet leren rustig en beheerst door de klas te lopen, is ook gebaat bij dit werk. Oudere kinderen kunnen door dit werk een goed gevoel krijgen, omdat ze een groot werk volbracht hebben, terwijl ze dat met een schoolser leerwerkje (lezen/rekenen) misschien niet gelukt zou zijn. 

Een kind dat veel rondloopt op zoek naar werk, anderen storend of niet geboeid raakt door andere materialen, kan met dit materiaal concentratie vinden. Voor jongere kinderen bied je dan het werkje stoel wassen aan. 

Leeftijd: 3 1/2 jaar en ouder. Afhankelijk van de lesjes die het kind al gehad heeft. 

Voorbereiding
Een kind moet een aantal vaardigheden al geleerd hebben: 

  • Een schort aandoen
  • Een schort oprollen
  • Een emmer dragen
  • Water gieten
  • Water dragen
  • een kan vullen 
  • een spons gebruiken
  • een doek gebruiken

Doel: 

  • De tafel schoonmaken en het kind helpen een onafhankelijk lid van zijn gemeenschap te worden. 

Indirect doel: 

  • Versterken en coordineren van de grote spieren. 
  • Concentratie verbeteren
  • Oefenen van een logische volgorde. 
  • Het oefenen van links naar rechts te werken, als voorbereiding op het schrijven. 
  • Het kind de kans geven initiatief te nemen en een constructieve bijdrage te leveren aan zijn omgeving. 
  • Voorafgaande lesjes opnemen in een nieuw werkje, zodat ze betekenisvol worden voor de opvoeding van het kind. 

Het verdient de voorkeur voor dit werkje ietwat grotere materialen te gebruiken. Het kind zal dan een zwaardere emmer moeten dragen, wat bijdraagt aan het versterken van de spieren en coördinatie. Dit is heel belangrijk. Het werkje bestaat uit: 

  • Een dienblad 
  • Een spons om de tafel mee nat te maken, in een bakje.
  • Een borstel om de zeep uit te borstelen
  • Een bakje met een stukje zeep. Vraag ouders om hotelzeepjes mee te nemen, deze hebben een mooi klein formaat. 
  • Een kleine doek om alles weer droog te maken. Dit kan een katoenen vaatdoek zijn. 
  • Een schort. Dit kan elders in de klas aan een haakje hangen of opgeborgen worden bij het werkje. 
  • Een handdoek waar je alles op zet 
  • Een kan om het water in te halen. Deze staat niet op de foto. De kan vul je voor 2/3 deel. 

Let op: het water dat erin zit, wordt in 3 delen gebruikt:
1/2 voor het nat maken en schrobben met de borstelen zeep eraf halen
1/4 deel voor de tweede keer zeep verwijderen en droger maken 
1/4 voor het omspoelen van de kom. 

  • Je kunt een groot zeil gebruiken waarop je alles zet: de te wassen tafel, de handdoek met de emmer en de materialen. 
  • Een emmer om het gebruikte water in weg te brengen 
  • Een kom, waar je het water in giet dat je aan het gebruiken bent. Deze staat ook niet op de foto. Het gebruik van een kan en kom in plaats van alleen een emmer, heeft het voordeel dat er meer stappen aan het lesje toegevoegd worden. Het schenken van het water in een kom, in een emmer, enzovoort, zijn allemaal activiteiten die een kind in de juiste volgorde moet onthouden. 

De onderdelen horen vanzelf bij elkaar doordat alles dezelfde kleur heeft. 

Lesjes die hieraan voorafgaan: 

  • Water schenken
  • Water vullen tot aan een lijn
  • Spons uitknijpen
  • Een placemat droogvegen
  • Een tafel dragen
  • Stoel wassen

Je kunt een kind uitnodigen door het te wijzen op een tafel die vies is. Kijk zowel naar tafelpoten als naar de bovenkant.  Laat merken dat je bezorgd bent dat de klas niet schoon is en vraag het kind of het bereid is om te helpen.  „Oh, kijk eens wat een vieze tafel, zou jij die willen wassen?”  Laat zien dat je blij bent als het kind wil helpen en plezier dat ze bereid is om iets nieuws te leren. En toon respect als ze het aanbod afwijzen. 

De stappen in het werkje: 

IMG 1954-2 IMG 2268
  1. Uitnodigen voor het lesje. 
  2. Schort aandoen. Doe een schort aan en geef het kind een schort. 
  3. Werkje halen
    Ga naar de kast waar het werkje staat. Zeg duidelijk en langzaam: „dit werkje heet Tafel wassen”. Dit is waar we het in de kast zetten. Laat een stilte vallen. Je kunt het kind vragen om de naam van het werk te herhalen. 
  4. Materialen neerzetten in de juiste volgorde en benoemen. 
    Ga naar een open plek naast de tafel. Zet het kind naast je neer zodat zij het goed kan zien. Neem de materialen van het dienblad en plaats ze in een logische volgorde: Als je een groot zeil gebruikt, leg je dat als eerste neer en plaats je de andere spullen erop. Leg de handdoekop de grond (of op het zeil) . Dan zeg je, harop nadenkend: „laat me eens kijken. Eerst gaan we de tafel wassen, dan gaan we de zeep eraf spoelen en dan drogen we de tafel. Wassen spoelen drogen. Ik leg de borstel met de zeep eerst neer (om te wassen), want die gebruik ik eerst. De spons ernaast, want die gebruik ik daarna en de handdoek om te drogen als laatst, want die gebruik ik als laatst. Wassen - spoelen-drogen.” Zonder nu iets te zeggen leg je de voorwerpen overdreven netjes neer op een rij zoals je beschreven hebt. Dan zeg je nog een keer „wassen - spoelen - drogen” terwijl je de spullen in de juiste volgorde aanraakt. Zet de kan, de kom en de emmer aan de bovenkant van de doek. 
  5. Kan vullen
    Neem de kan mee naar de wasbak en vul hem tot de streep (halfvol). Loop terug naar de tafel en giet het water voorzichtig in de kom. Laat zien dat je de kan met beide handen draagt bij het lopen en schenken. 
  6. Tafel op het zeil plaatsen
    Vraag een vriend om de tafel samen naar het grote tafelzeil te dragen en erop te zetten. Als je geen groot zeil gebruikt, ligt je handdoek met de materialen naast de tafel op de grond. Alles staat erop.  
  7. Tafel nat maken
    Pak de spons en maak deze nat. Knijp hem een beetje uit met je vingertoppen. Zorg dat er nog wat water in zit. Maak de tafel nat: van boven naar beneden, allemaal banen naast elkaar. Begin links en eindig rechts. 
  8. Tafel inzepen
    Doop de borstel in de emmer water. Laat het teveel aan druppels eraf vallen. Wrijf met de borstel over de bovenkant van de zeep, die in het zeepbakje zit. Ga naar de tafel en begin te schrobben van de linker bovenkant in cirkelvormige bewegingen. Alsof je de letter e steeds herhaalt. Doop de borstel in de emmer en spoel hem met water. Laat de druppels eraf vallen. Doe opnieuw zeep op de borstel en ga verder met het wassen van de tafel. Je doet nu een tweede rij met letters e. Ga zo door totdat je meerdere rijen geborsteld hebt en de hele tafel schoongemaakt is. Borstel extra op plaatsen waar dat nodig is. Je kunt ook de zijranden borstelen. Soms wil een kind ook de poten wassen. Dit kun je toestaan, maaar dit hoort niet bij het lesje. Leg de borstel terug op de juiste plaats op de handdoek. 
  9. Met de spons de tafel ontdoen van zeep: doop de spons in het water. Laat zien hoe je de spons uitknijpt om het teveel aan water eruit te laten. Begin in de linkerhoek en veeg van boven naar beneden. Begin links en eindig rechts in een rechte lijn. Gebruik beide handen. Herhaal en spoel de spons uit na iedere keer wissen over de tafel. Denk eraan om de tafelpoten ook te spoelen. Spoel de spons uit. Leg nu de spons op de juiste plaats op de handdoek.
  10. Water verschonen Giet het zepige water uit de kom in de emmer. Zwier een beetje met het water zodat het langs de randen de zeep meeneemt, voor je het in de emmer giet. Zet de emmer weer onder de tafel. Vul de kom met de helft van het overgebleven water. 
  11. Tafel droger en schoner maken. Spoel nu met een drogere spons de tafel nog een keer. Gebruik dezelfde bewegingen, van boven naar beneden, van links naar rechts. Spoel de spons steeds tussendoor uit. 
  12. Emmer legen. 
    Giet dit water in de emmer.
  13. De tafel drogen
    Pak de kleine doek. Veeg hard over de tafel om hem droog te maken. Denk eraan om de randen en tafelpoten droog te maken en de handdoek weer op de juiste plaats te leggen.
  14. Kom schoonmaken. Giet het laatste water weer in de kom en laat het wederom langs de randen gaan om de zeep eruit te krijgen. Giet het water met een zwierige beweging in de emmer. 
  15. Tafel terugzetten. Als je vriend niet te druk bezig is, vraag je hem om je te helpen de tafel weer op de juiste plek terug te zetten. Of je vraagt iemand anders. 
  16. Water weggooien. Neem de emmer mee naar de wasbak. Draag de emmer met gestrekte arm.  Giet het vieze zepige water eruit. 
  17. Spullen drogen. Als je een groot tafelzeil had gebruikt, pak je de doek om dit zeil droog te maken. Anders maak je de vloer ermee droog als dat nodig is. Daarna maak je ook de emmer, de kan, de kom en alle andere spullen van dit werkje droog. „we maken iedere druppel droog”
  18. Materialen opruimen en vervangen. Leg alle materialen terug zoals je ze gevonden had, voor het volgende kind dat dit werkje gaat doen. De doek is waarschijnlijk te nat om nog een keer te gebruiken, dus die doe je in de mand met vuile was. Je legt een droge nieuwe doek bij het werkje. Het werkje is klaar als alles weer op de juiste manier op de plank staat. 
  19. Kind uitnodigen. Vraag nu aan het kind om de activiteit zelf te doen. 
  20. Samen opruimen Nadat het kind het werk gedaan heeft, kom je terug om te kijken of het hulp nodig heeft bij het op de juiste wijze opruimen en vervangen van natte materialen. 

Dingen om op te letten en kinderen op te wijzen:

  • Zoeken naar een vieze tafel
  • Zoeken naar een vriend die niet te druk bezig is om te helpen. 
  • De kan vullen tot de streep. 
  • Kijken hoe het water van de borstel valt.
  • Cirkels maken met de borstel. 
  • De zeep aan de onderkant van de spons als je de tafel schoonveegt. 
  • Goed opletten of je nog druppels water ziet na het werk. 
  • De natte handdoek voelen
  • Ervoor zorgen dat alles weer net zo terug gezet wordt als het eerst in de kast stond. 
  • Concentratie
  • Volgordelijk werken
  • Werken van links naar rechts

Denk eraan dat Maria Montessori altijd hamerde op korte lesjes. Er zijn in dit lesje meerdere momenten dat het kind alleen gelaten kan worden. Dit lesje bouwt voort op vorige lesjes, dus je hoeft niet te blijven kijken bij iedere spons die uitgeknepen wordt. Als je hebt laten zien hoe het kind in een ‚e’-vorm de zeep kunt aanbrengen, kun je weglopen, terwijl het kind afmaakt om de zeep aan te brengen. Hetzelfde doe je dat met spoelen en drogen. Dit lesje kan ook gegeven worden aan een groepje jonge kinderen. Je blijft dan bij het lesje tot het eind, maar ieder kind krijgt een beurt om  een rij van de zeep aan te brengen, een rij te spoelen, enzovoort. Het gaat betrekkelijk snel als een groepje kinderen helpt. 

In het begin van het lesje kun je de dingen die je gaat gebruiken, op volgorde leggen, aanwijzen en benoemen. Ook een volgende keer kan een kind hier nog hulp bij nodig hebben. In een later lesje bied je het kind de namen van de materialen aan. Dat kan gerust een groepslesje zijn: “dit is een emmer, dit is een dienblad. Je kunt ook een lesje geven met een object van het werkje en dan de onderdelen van dat object benoemen. 

Bij sommige lesjes kan het handig zijn om het doel van het lesje te vertellen.