Schrijven

Leeftijd: tussen 4 en 8 jaar voor het schrijven van woorden. 80 procent van de kinderen heeft de schrijfexplosie als ze 6 jaar zijn. Als een kind nog geen schrijfexplosie heeft gehad terwijl het 9 jaar is, zal men ongerust moeten worden. 

Doelen: leren schrijven van woorden

Het kind de mogelijkheid geven zich te uiten in de geschreven taal. 

De schrijfbordjes gebruikt een kind om te leren schrijven. Ze zijn 50x32 cm groot en te verkrijgen met en zonder lijnen en met hokjes. De blank houten bordjes worden gebruikt voor het leggen van woordjes met de letterdoos. De bordjes worden opgeborgen in een schrijfbordjes-rek. In het rek zet je 3 blanke krijtbordjes en 7 met lijnen. Gebruik anti-dust krijt op deze bordjes. Een vilten borstel om het krijtbord uit te wissen knip je in twee of je bestelt een kleine. Deze berg je op in een doosje. De schrijftafel waar het kind aan zit moet hoog genoeg zijn zodat de benen van het kind eronder passen. Er kunnen langs de wand ook 3 krijtborden hangen: 

  • Blanco
  • 10 lijnen
  • 100 hokjes

Voorwaarden: 

  • Het kind moet al woorden hebben gelegd met de grote letterkist
  • Het kind moet de letters kennen. 
  • Het kind moet de letters goed kunnen voelen. 
  • Het kind moet schrijfgerei goed kunnen hanteren. 
  • Bij het voelen van de schuurpapieren letters heeft het kind al de schrijfrichting/beweging geleerd. 

Eerste aanbieding - zonder lijnen

  1. Op een dag, als een kind een rij met woorden met de grote letterdoos gemaakt heeft, kun je langskomen en het kind vertellen dat je iets nieuws gaat laten zien. 
  2. Zorg voor een lege tafel om op te schrijven. 
  3. Haal het krijtbord zonder lijnen, krijt en een borstel. Laat zien hoe het krijtbord gedragen wordt. 
  4. Kies een woord dat het kind op het kleedje had neergelegd, schuif het weg van de rest (of laat alle andere woorden opruimen) en leg het op de schrijftafel boven het bordje. Als je letters in de grote letterdoos hebt die verbindingen eraan hebben, zorg je ervoor dat die goed liggen. 
  5. Neem het krijt in de hand met de pincetgreep. Zonder iets te schrijven op het bord geef je het aan het kind en zeg je dat zij het woord kan maken met het krijt op het krijtbord. 
  6. Moedig het kind aan om het woord in een vloeiende beweging te schrijven zonder te stoppen. 
  7. Laat het kind het woord uitvegen en moedig het aan om zoveel worden te schrijven als het maar wil. 


Tweede aanbieding - zonder lijnen

  1. Als het schrijven zonder lijnen goed gaat, kom je op een dag naar het kind toe en trek je een lijn op 2/3 van de bovenkant van het krijtbord, de grondlijn. 
  2. Laat met je vingers zien waar alle letters de lijn zouden raken. 
  3. Vertel het kind dat ze nu woorden kan maken waarbij alle letters de grondlijn moeten raken. 
  4. Zeg een ander woord dat het kind kan maken. 
  5. Vertel het kind dat het iedere keer een woord kan maken en het dan weer uit kan vegen.  Voor ze weer een nieuw woord maakt, mag ze weer bij jou komen en je laat dan weer zien waar het woord de lijn raakt.

Derde aanbieding - spoorlijnen

  1. Als het vorige niveau goed gaat, kom je op een dag weer terug bij het kind. Je trekt op het bord een lijn erbij op ongeveer 5 cm hoger dan de grondlijn. 
  2. Kleur de ruimte tussen de twee lijnen in. 
  3. Laat het kind met je vingers zien welk deel van de letters tussen deze twee lijnen past. 

Derde aanbieding -  stokletters en lusletters

  1. Pak een krijtbord met 6 spoorlijnen. De lijnen komen overeen met de lijnen die je in de vorige aanbieding op het bord getekend hebt. 
  2. Kleur de tweede en vijfde ruimte op het krijtbord in. 
  3. Vraag het kind: „kun jij letters vinden die er tussen passen? (….) Laten we er nog een paar zoeken”. 
  4. Laat nu zien welke delen er boven uit steken, de stokken en lussen, en welke delen er onderuit komen. „ Kun jij een letter vinden die helemaal tot hier komt? (de onderlus) Zo doe je dat ook met de boven lus. Als een kind de verkeerde letter pakt, zeg je: „deze moet hierboven”. 

In plaats van een krijtbord kun je ook kiezen voor een speciaal kleed. Dit maak je door lijnen te naaien op de juiste plaatsen, zodat het lettertype dat op je school gebruikt wordt, erop past. Als je er lusletters op legt, komen deze tegen de rode lijnen aan. Het kan er zo uit zien: 

IMG 7045


Schrijven op papier

 

Het aanbieden van de schuurpapieren letters en schrijven op een zandbordje gebeuren parallel. Het hoort allebei bij schrijven. Schrijven op een krijtbord en op papier komt pas later. Deze keer vegen de kinderen niet uit wat ze gemaakt hebben, maar kunnen ze het mee naar huis nemen. Nienhuis verkoopt verschillende soorten schrijfpapier, zoals te zien op bovenstaande foto. Kijk op http://www.nienhuis.com/en/curriculum-support/paper-products-language-writing-paper.html of google op "nienhuis writing paper”. Het is alleen te vinden in de Engelstalige webshop. In het boek „Montessori in the classroom” van Paula Polk Lillard kun je lezen over het gebruik van schrijfpapier. 

Als je de letters gaat aanleren om te schrijven, kies er dan een stuk of vier die gemakkelijk te doen zijn. Bijvoorbeeld de i, t, l en e. Als een kind het moeilijk vindt, kun je letters stippelen en het kind trekt ze dan over: vouw een a5 papier in 8en. Je hebt nu 8 vakjes. De eerste doe je zelf voor. De tweede doet het kind. 

De opbouw van de schrijfpapieren is als volgt: 

  1. Schrijfpapier op A6 formaat. Bovenaan is een groot wit vlak - voor een tekening. Eronder is een blauwe lijn en twee hulplijnen, een aan de bovenkant voor de letters l, k, etc. en een voor de onderkant voor de letters g, j, etc. Afhankelijk van het lettertype komen de stokletters wel of niet tegen deze lijn aan. Bij dit schrijfpapier hoort een versie voor de leidster, een strook waarop alleen het woord geschreven kan worden. Het kind maakt een tekening van een ding, zoals een boom of een huis. De leidster bespreekt met het kind welk woord hierbij hoort. Zij schrijft het woord op de strook. Het kind schrijft het woord over op zijn eigen blad. Als het kind meerdere bladzijden maakt, kunnen deze aan elkaar geniet worden tot een boekje. 
image.phpimage.php
  1. Het tweede soort papier heeft meer lijnen, zodat een kort verhaal geschreven kan worden. Eerst maakt het kind een tekening. De leidster schrijft het verhaal dat het kind vertelt op het papier zonder tekening. Het kind neemt het verhaal over op zijn eigen papier. Het papier van het kind is a4 formaat. 
DSC04686

foto: tothelesson.blogspot

  1. Het derde papier wordt gebruikt als kinderen langere verhalen gaan schrijven. Nu maakt het kind geen tekening. 

DSC04687
foto: tothelesson.blogspot

Als het kind geruime tijd op losse vellen heeft geschreven, begint het pas aan boekjes. 

Variaties en suggesties: 

Krijtbord schoonmaken
  • Als er een groot krijtbord aan de muur is, kan het kind daar op schrijven. 
  • Sommige kinderen schrijven graag op een kleedje. Zorg voor een klembord of klein tafeltje dat op het kleedje past. (bijvoorbeeld een tafeltje voor zieken) Deze zijn bij Ikea te koop (zie foto)
  • Als er geen schrijfexplosie plaatsvindt, is een van de voorbereidingen niet in orde. 
  • Met een natte kwast op een schoolbordje schrijven
  • Spontaan woorden schrijven of naschrijven van woorden die het met de schuurpapieren letters  of de letterkist heeft neergelegd. 
  • Voorlezen wat er staat (alleen als het kind daartoe in staat is)
  • Laten kijken als de juf de naam ergens schrijft
  • Stimuleren door illustreren of woordjes bij een tekening door het kind.
  • Het kan tussen 3 weken en 6 maanden duren voordat een kind het schrijven beheerst. 
IMG 3646

Het kind leert eerst los de letters goed vormen, daarna de verbindingen. De letters heeft het kind al geoefend tijdens de schuurpapieren letters. Bij het schrijven kan de leidster dus meteen hele woorden aanbieden. Dit is een zinvoller activiteit. 

Er zijn leidsters die de verbindingen ook op schuurpapieren letter-plankjes hebben staan, maar dit is niet noodzakelijk, omdat kinderen in deze leeftijd de zintuiglijke ervaring van het voelen minder nodig hebben om de letter te leren. Een kaart met de letter is dus voldoende. Novoskript is een methode die dit soort kaarten uitgeeft. 

DSCF1872 P1010034.JPG

Een kind dient een paar verschillende verbindingen te leren. Schrijf de volgende woorden maar eens op en zie dat er verschillende verbindingen tussen de letters zijn: : 

bal, blij, pit, vis, rol, dag, bel, sop, af. 

Het kind is inmiddels begonnen aan het voortgezet schrijven als het de verbindingen oefent. Het dient te letten op: 
schrijfhouding, pengreep, grondlijn, letterverbindingen, letterverhoudingen (tussen romp, stok en lus), hoofdletters. De leidster leert het kind ook aan wanneer het die hoofdletters gebruikt. 

hoofdletters schrijven taal-lezen

In de middenbouw bevat de schrijfkast:  

  • Papier in verschillende formaten en kleuren
  • Diverse schrijfmaterialen
  • een beperkt aantal (!) kroontjespennen
  • Gelamineerde kaarten met gedichten, mooi versierd. Kinderen kopieren ze. 
  • Lege kaartjes: kinderen schrijven er woorden op en labelen de klas ermee. Deur, raam, etc. 
  • Mappen met opdrachten, zakelijk en fictief (zie ook "Nieuwe alinea" van Ed Leeflang en Marguerite Berreklouw). Zakelijke opdrachten kunnen zijn: een interview, observatieverslag, dier, brief aan het WNF, werkstuk, advertentie, samenvatting, schema van een spel, affiche, mening, recept, gebruiksaanwijzing. Fictieve opdrachten kunnen zijn: een liefdesbrief, sprookje, brief aan een ander. 

Andere activiteiten: een muurkrant, klassendagboek, correspondentie met een andere school, een boek maken, een vriendenboekje voor de klas, familieboek, huisdierenboek, knutselboek, een boek met gedichten, spelletjesboek. 

De teksten die een kind maakt moet voor publicatie nagekeken en verbeterd worden. Dan schrijft het kind het opnieuw op. In het echte leven gaat het ook zo! Bij vrij schrijven laat de leidster niet alle fouten verbeteren. Maar ze besteedt er wel aandacht aan in de spellingles. 

Interpunctie (4 1/2 jaar)
Maak gelamineerde kaarten. Op kleine kaartjes zet je verschillende interpunctie tekens. Je hebt twee zinnen die er hetzelfde uitzien. Je vraagt het kind of het verschil ziet. De ene is met interpunctie en de andere zonder, constateert het kind. Dan leg je de kleine kaartjes met interpunctie op de zin op de juiste plaats. De interpunctie die aangeboden wordt: punten, hoofdletters, vraagtekens, komma’s. 

Verhaaltjes maken
hiervoor gebruik je twee krijtbordjes. Op het ene staan de vragen.
Amy melkt een koe. 
Wie?
Wanneer?
Waar? 
Op het andere schrijf je de antwoorden. 
Daarna kan het kind een verhaal gaan schrijven. 

In de bovenbouw ligt de nadruk op: 

  • Beweging
  • Vorm van de letters
  • Snelheid
  • Leesbaarheid
  • Geschiedenis van het schrift
  • Hoe wordt papier gemaakt
  • aandachtspunten
  • Lettergrootte (ook onderling)
  • verbindingen
  • Indeling
  • Spatiering
  • Helling van het schrift
  • Tempo
  • Kalligrafie: pennen en potjes met inkt. Je kunt een map maken van voorbeelden van kalligrafie handschriften. Of een algemeen lesje geven over kalligrafie.
  • Een kind brengt een gedichtje mee of maakt het zelf. Dat komt op het bord. De kinderen schrijven het over in hun gedichtenschrift. 

Links of rechts? 
Of een kind links of rechts is, zal zich doorgaans vanzelf uitwijzen. Er zijn kinderen die lange tijd alle met twee handen echt even goed kunnen doen. Je kunt een paar testjes doen, waarbij je ziet welke hand werkelijk de voorkeur heeft: 

  • Een voetbal schoppen
  • Schroefjes aandraaien
  • alledaagse klusjes

Observeer meerdere keren. 

Eigen teksten? of niet? 
Het lijkt zo logisch, woorden schrijven die kinderen zelf bedacht hebben. Sommige kinderen zullen hier graag mee aan de slag gaan. Maar dit is echter 3e periode werk. Het is een stuk moeilijker te doen voor kinderen. Ze moeten over veel dingen nadenken. Begin met het voorschrijven van woorden als een kind net leert schrijven. Het kind schrijft na.