Driehoekenspel

Leeftijd: vanaf 5 jaar

IMG 5388 product 409driehoekenkist matrixkleed Lezen - 17

Doelen:

  •     zoeken van gelijken uit contrasten ten aanzien van kleur, vorm en afmeting
  •     de verfijning van de waarneming ten aanzien van de verschillen in afmeting en vorm
  •     ontdekken van de functie van het bijvoeglijk naamwoord.

Door het benoemen van de vele verschillende driehoeken ontdekt het kind de functie van het bijvoeglijk naamwoord. Dit materiaal wordt ook gebruikt als geometriemateriaal.

Doelen:

  • zoeken van contrasten
  • Verfijning van de waarneming
  • Ontdekken van de functie van het bijvoeglijk naamwoord

Indirect doel:

  • toepassing van de namen van de driehoeken

De in totaal 63 driehoeken zitten in een houten kist: zeven verschillende soorten driehoeken in drie groottes en drie kleuren.

Bij het driehoekenspel kan een matrixkleed gemaakt worden met 9 vakken. Op het kleed staan negen vakken afgebeeld. Daar omheen een rand waarop pictogrammen en woordkaartjes gelegd kunnen worden.

De verschillende driehoeken zijn:

  • Rechthoekig gelijkbenig
  • Rechthoekig ongelijkzijdig
  • Scherphoekig gelijkbenig
  • Scherphoekig ongelijkzijdig
  • Stomphoekig gelijkbenig
  • Stomphoekig ongelijkzijdig
  • Gelijkzijdig


Aanbieding bijvoeglijk naamwoord

Leg de driehoeken op een kleed

Schrijf “de driehoek”op een strook papier.

Zeg:kan je raden welke ik bedoel?

Kind pakt er een of raadt

Zeg:"ik bedoel een andere"

knip de strook en doe er een strook “grote”tussen.

Zeg: "Leg alle driehoeken die niet groot zijn maar in de doos."

Zo verder met “blauwe”, “rechthoekige”, “gelijkbenige”,

Woordkaartjes geven met de woorden:

o Grote

o Rode

o Rechthoekige

o Gelijkzijdige

o Middelgrote

o Driehoek

o Gele

o Scherphoekige

o Gelijkbenige

o Kleine

o Blauwe

o Stomphoekige

o Ongelijkzijdige

Kind kiest een driehoek en beschrijft deze met behulp van de kaartjes.