Taaldozen

Previous
Next

vakjesdozen

taaldozen taal lezen

Door het werken met de taaldozen ontdekken kinderen hoe de taal in elkaar zit. Ze zijn bewust bezig met de taal, wat het zorgvuldig luisteren, spreken en op tempo lezen stimuleert. Kinderen krijgen instrumenten in handen om iets te beredeneren, waardoor zij beter kunnen gaan spellen en stellen. Een complete set taaldozen bestaat uit vakjesdozen, vuldozen en opdrachtbakjes. 

Eerst krijgt het kind een lesje over de betreffende woordsoort. Het eerste lesje gaat over het zelfstandig naamwoord. Dan leest het kind de zinnen die op de strookjes staan. Dezelfde woordjes van die zinnen staan ook op losse kaartjes, maar nu in de kleuren van de woordsoorten. Deze sorteert het kind in de sorteerdoos. Dan legt het kind de zinnen met de losse kaartjes en voert ze uit. Door steeds een woord te veranderen ervaart het kind dat de zin een andere betekenis krijgt.

Verwerkingen:

Bij de juf de zin in woordsoorten benoemen van de grote kaart. 

taaldozen woordbenoemen zinsontleden taal lezen

inhoud taaldozen

taaldozen taal lezen

vuldozen

taaldozen taal lezen


In passende kleuren overschrijven of overschrijven en onderstrepen. 

Een verwerking uit de map met verwerkingen bij de taaldozen. 

Groepsspel bij zelfstandig naamwoord: Alle kinderen krijgen een kaartje en nu moeten ze de juiste combinaties zoeken. 
Man-vrouw-kind
woerd-eend-eendekuiken
hengst-merrie-veulen
Zo vormen de kinderen een rij van drie naast elkaar. 

Combineren van de kaartjes van zelfstandig naamwoord en bijvoeglijk naamwoord; kinderen kijken welke bij elkaar passen en welke vreemde combinaties opleveren: dikke boer, ijverige boer, maar ook blauwe boer, vierkante boer. Het kind legt de goede combinaties en kan ze overschrijven. 

Opdrachtbakjes
Hierbij worden lezen, groepswerk, eenvoudige natuurkunde en grammatica gecombineerd. Het zijn op kaarten geschreven zinnetjes, waar de woorden, waar het grammaticaal om gaat, op losse kaartjes zijn bijgevoegd. 
Voorbeeld: loop rechtdoor naar de andere kant van de kamer. Loop zigzag terug naar je plaats. 

Proeven. 
De natuurkundige opdrachten zijn te vinden in de opdrachten van het bijvoeglijk naamwoord en het werkwoord. Deze heten"proeven". 
Voorbeelden van proefjes: 
Vul twee buisjes met water; het ene boordevol. het andere niet zo vol. Kijk naar de vorm van de oppervlakte van het water en leg er de bijvoeglijke naamwoorden bij: hol-bol. 

Neem een stukje filtreerpapier, een plukje watten, een stukje taft. Probeer of ze water doorlaten. Leg er de bijvoeglijke naamwoorden bij: doorlaatbaar - ondoorlaatbaar - poreus
 

opdrachtenbakjes

taaldozen taal lezen