Bellen

bellen1

Maria Montessori ontwikkelde voor muziek de bellen. Kinderen kunnen hierdoor waarnemen terwijl ze werken met de handen. Ze leren beter luisteren en zullen daardoor tot betere prestaties komen en rustiger worden.  

Voor muziek zijn 3 materialen: 

peuterbellen (peuters), 

bellen (3-6 jaar) 

klankstaven (middenbouw/bovenbouw). 


Toddler bells

Voor peuters zijn er de peuter bellen (google „toddler bells”). Er zijn 8 peuterbellen, die gemakkelijker aangeslagen kunnen worden. Voor de peuterbellen kan een plank of een trap gemaakt worden waar ze op kunnen staan. Door middel van een kleurcodering weet het kind waar de bel teruggezet kan worden. Het kind haalt een bel met de leidster en zij laat het kind zien hoe de bel ingedrukt of geschud kan worden. Voor deze bellen is dus geen stokje en demper nodig. Op de foto zie je twee verschillende sets bellen. Je koopt dus of de bellen die je kunt schudden, of de bellen die je kunt indrukken. Door middel van kaarten met gekleurde cirkels kunnen kinderen verschillende noten achter elkaar spelen. 

nienhuis bellen olga peuterbellen toddler bells - versie 4 nienhuis bellen olga peuterbellen toddler bells - versie 2

De bellen (3-6 jaar) 

De bellen behoren tot het zintuiglijk materiaal. Ze verdienen een prominente plek in de klas, niet ergens in een hoekje. Het geluid van de bellen gaat door de hele klas en zo hoort het ook. Een goede locatie zou zijn in de buurt van de lijn die gebruikt wordt voor het streeplopen. Leg een fluit en een triangel bij de bellen, zodat kinderen samen kunnen spelen. De zwarte bellen kun je onderin op een plank van de bellentafel zetten tot kinderen daarmee gaan werken. 

Maak de bellen schoon met een schone droge katoenen doek. Als ze niet gebruikt worden, dek je ze af met een kleedje, bijvoorbeeld een sarong. Je kunt de bellen schoonmaken met chroom-poetsmiddel (bedoeld voor de auto). Dit is vergelijkbaar met schuurmiddel zoals Cif, maar dan met veel fijnere korreltjes. Gebruik niets anders dan dat en poets ze ook slechts een keer per jaar hiermee en niet in het bijzijn van kinderen. De bellen zijn de enige dingen in de klas die niet door kinderen gepoetst of gestoft mogen worden, omdat ze te delicaat zijn om te repareren of te vervangen. 

Lesjes

bellen P1010403 1
  1. Een bel dragen. Zet de bel op een hand en houd hem met de andere hand vast bij de poot. 
  2. Hoe je een stokje gebruikt om de bel aan te slaan en het geluid daarna dempt met een demper. 
  3. Hoe je paren kunt maken. Neem 3 bellen paren en laat deze naar een tafel brengen. Laat zien hoe je de witte apart zet van de bruine bellen. Je slaat een witte aan en gaat de bruine bel erbij zoeken. Je begint met 3 en daarna laat je 4, 5 en 8 paren maken. 
  4. Paren maken vanaf een afstand. Breng alle bruine bellen naar een tafel verderop in de ruimte. Sla een witte aan en zoek deze op het tafeltje met bruine bellen. Aan het einde van de oefening van paren maken moeten alle bellen weer op de juiste plaats staan. Het kind checkt nu de hele rij van links naar rechts, slaat ze allemaal aan, en dan van rechts naar links. Als het niet lukt, zou het kunnen zijn dat het kind toondoof is, of een gebrek aan concentratie heeft. 
  5. Als je de bellen aanslaat van laag naar hoog kun je erbij zingen: „this is going up the scale the sound is getting higher” en bij het weer aanslaan van boven naar beneden zing je: „ this is going down the scale the sound is getting lower”. Je kunt je hand erbij omhoog en omlaag bewegen. Laat de kinderen hun hand meebewegen terwijl je de bellen bespeelt. Of laat ze meedoen met hun hele lijf. Je kunt dit ook doen met de ogen gesloten. 
  6. Speel de toonladder van laag naar hoog en stop ergens. Laat de kinderen de volgende toon zingen. Of speel een stuk van de toonladder van hoog naar laag en laat de kinderen de volgende toon zingen. 
  7. Namenlesje. 
    1e trap: „Dit is de lage bel” (sla de lage bel aan) 
    „Dit is de hoge bel” (sla de hoge bel aan) 
    „laag” (nog eens aanslaan)
    „hoog” (idem)2e trap: „kun jij de lage bel aanslaan?""Kun jij de hoge bel aanslaan?”
    „speel de hoge bel”
    3e trap: „hoe noemen we deze bel?” 
    „er zijn nog wat andere hoge bellen hier”. (daarna bied je de termen hoger, hoogste, lager, laagste aan). Je kunt hoog en laag voelen aan je keel!
  8. Zangspelletjes, kunnen in een klein groepje of met de hele groep. 
  9. Graderen. Voor dit lesje moeten kinderen hoog en laag kennen en paren kunnen maken. Breng de bellen naar de tafel, door elkaar. Sla er twee aan. Vraag: „ welke is lager?” als het kind de juiste aanwijst zeg je: „ laten we deze houden.” Dan ga je de hele rij af, steeds degene die je gehouden had vergelijkend met een andere bel. Steeds hoor je welke de laagste is en die houd je. Als je de laagste hebt gevonden, zet je die op de bellentafel. Je checkt nog niet bij de zwarte en witte bellen of het goed is. De toonladder wordt niet echt formeel geintroduceerd. Je kunt ook zeggen: "zullen we de bellen naar boven en beneden spelen?” Als er fouten in zitten als alle bellen teruggezet zijn, kun je overgaan op paren maken of herhalen: „welke is lager?” 
  10. Benoemen van de bellen. Je begint weer met het checken van de bellen aan de bellentafel. Kijkt of ze op de goede plek staan.
    1e trap: „wist je dat alle bellen een naam hebben?” Sla nu C, E en A aan, terwijl je de namen zingt. 
    2e trap: „kun jij C spelen?”
    3e trap: „hoe heet deze bel? (niet door elkaar, het is al moeilijk genoeg)
  11. Aanbieden van de notenplank. Laat het kind de notenplank zien met 5 lijnen erop. „dit is de 1e, 2e, 3e, 4e, 5e lijn.  En dit is de 1e, 2e, 3e, 4e tussenruimte.” Je introduceert ook een extra lijn erboven en eronder, een hulplijn. Nu geef je weer een namenlesje: „wijs aan, wat is dit, etc. 
  12. Aanbieden van de G-sleutel. „Om muziek te lezen gebruiken we de G-sleutel. Het ronde deel zit op de onderste. 
  13. De planken: net zoals bij het leren lezen volgens de montessorimethode, gaat het kind bij de bellen ook eerst zelf muziek schrijven en dan pas lezen, eenvoudige liedjes spelen op de bellen. 
  14. Laat kinderen met een bel in een rij staan. Ver uit elkaar en dicht bij elkaar. Terwijl je ze aanslaan, neem je grote en kleine stappen. 
IMG 9115 ZINTUIGLIJK - 52


Na de bellen komen de klankstaven die worden aangeslagen met een houten hamertje.

Voor het leren van het notenschrift zijn er groene plakjes met een notenbalk en op de daarvoor bestemde plaats een klein uitgediept rondje, waar het schijfje met de naam kan worden gelegd. In elke insnijding is een getal geschreven, wat ook onder op het schijfje staat: 1 is c, 2 is d, 3 is e, enz. Na dit leren van de namen kan het kind zelf de noten leggen en deze overschrijven en spelen.

In de middenbouw en bovenbouw leren kinderen de notenwaarde, de maatindeling en is er ook een zanguurtje. 

Lezen: The Montessori Music Curriculum for Children up to Six Years of Age, dissertatie door  Jean Karen Miller.
Montessori Music: Sensorial Exploration and Notation with the Bells, Jean miller

Montessori Music: A Guide to Using the Bells, te verkrijgen bij Nienhuis USA

montessori-music-sensorial-exploration-and-notation-with-the-bells