Rekenen

Het rekenmateriaal in de onderbouw dient voorafgegaan te worden aan ander werk. Eerst werkt het kind met de oefeningen uit het dagelijks leven en daarna met zintuiglijk materiaal. Hier doet het kind ervaring op met het leggen van verbanden, het zien van verschillen, enzovoort. Als het kind gewerkt heeft met de constructieve driehoeken, de concentrische figuren, de binomische kubus en trinomische kubus en, een echt overgangswerk naar het rekenen: de rekenstokken, is het klaar voor rekenwerk. Het kind kan steeds beter omgaan met de ordening en precisie die het werk vraagt. Het is aan de leidster om te herkennen of een kind klaar is voor wiskundig werk. 

IMG 9114 IMG 9116IMG 9117 IMG 9143