Activiteitengolf

In het boek “montessori opvoeding, geschreven door R. Joosten-Chotzen, wordt het begrip activiteitengolf beschreven. Het is vaak heel plezierig om te merken dat er opeens een groepje kinderen enthousiasme toont voor hetzelfde werk. Kinderen steken elkaar aan in hun enthousiasme. Al in 1925 had de studiecommissie van de Nederlandsche Montessori Vereeniging deze vastgelegd in een verslag, schrijft R. Joosten in het boek “montessori opvoeding”. Een citaat uit het verslag van de NMV van mevrouw Tromp, die beschrijft hier deze golf bij de 3-6jarigen voorkomt: “In het algemeen kan men zeggen dat een “golf” ontstaat, nadat de kinderen zich individueel al enige tijd verdiet hebben in het materiaal. Er zijn altijd een of twee voortrekkers; dikwijls zet zoo’n golf in na een aanwijzing of “lesje” van de leidster. Een of twee dagen later voegen zich andere leerlingen erbij. Heel vaak laten de eerste het dan weer schieten en worden enkele der tweede lichting de aanvoerder. Het wordt dan echt keuzewerk van die groep; ze beginnen er dadelijk mee als ze op school komen, doen het haast den hele ochtend, ook ’s middags nog. Veel spontane vondsten komen dan tevoorschijn. Vaak duurt die activiteit een kleine week; op ’t eind wordt eens een dagje overgeslagen; sommige trekken zich terug, wenden zich naar nieuw werk en de golf vloeit af.” 

In het verslag wordt een voorbeeld gegeven van een schrijfgolf, waarin het schrijven van letters opeens ‘in’ was. “borden vol schreven ze met woorden, beginnend met een hoofdletter”. 

Zo werd er na verloop van tijd op een hoger niveau geschreven, in de vorm van het naschrijven van kalenders, van classificaties, bijvoorbeeld reeksen bloemen, vruchten en bomen. Maar ook associaties, zoals tram-conducteur, en rijmwoorden. 

Mevrouw Tromp vermeldt in haar verslag dat “voor deelname aan een golf individuele innerlijke rijpheid nodig is. Wie er niet klaar voor is, doet er namelijk niet aan mee, maar als een kind die periode al voorbij is zal het ook niet aansluiten.”

Het moge duidelijk zijn dat een activiteitengolf een “grote intensiteit en rijkdom van productie bereiken kan, als alles klaar ligt”. 

Voor het ontstaan van een golf zijn “enkele sterke, individueele werkers in de klas” nodig, maar ook de “vrijheid zich bij een groep aan te sluiten of zich ervan terug te trekken-de vrijheid zoo lang er mee bezig te blijven, tot de golf afvloeit” en “een klas met een flink aantal kinderen (liefst 30 a 36) met onderling +/- drie jaar leeftijdsverschil”

Gevolgen

“Mooi werk, rijke sterke productie, uitwisseling van de beste kwaliteiten-vermeerderde innerlijke energie, die zich weer tot volgende dingen op hoger peil wendt” 

 

Kinderen die deelnemen aan de activiteitengolf, werken allemaal op hun eigen niveau. 

Kinderen zijn bijvoorbeeld dagenlang bezig met het ontleden en natekenen van bloemen en zijn in een “rustige, gelukkige stemming” 

 

Voor het doen slagen van de activiteitengolf moeten veel materialen beschikbaar zijn, zoals bijvoorbeeld aardrijkskundige kaarten, echte bloemen, boeken, voorwerpen die kunnen worden bekeken, vergeleken en waarover dingen kunnen worden opgezocht.