Cijfer memory spel

A5CB7C14-A40E-415D-A461-549EFE5A79D0

Materialen

  • Een doosje of mandje
  • 11 strookjes papier, in tweeën gevouwen, elk heeft een cijfer van 0 tot 10. Je kunt de strookjes papier eventueel in een envelopje doen.
  • Een doosje of mandje met meer dan 55 identieke voorwerpjes, zoals schelpen, marmeren fiches, steentjes, bonen, knopen, etc. En een paar kleine dienblaadjes voor kinderen die meer dan 5 voorwerpjes moeten dragen die niet gemakkelijk in een hand passen.

Aanbieding

  • Nodig 5 tot 11 kinderen uit.
  • Vertel ze dan iedereen een kaart krijgt met een aantal erop. Vertel: “Dit getal is gewoon voor jou (het kind) om te weten. Je moet het lezen en onthouden en als je je naam hoort, kun je er zoveel gaan halen als er op jouw kaart staat.” Zorg er in ieder geval voor dat IEMAND het briefje met de nul krijgt. Het kind moet het cijfer bekijken en dan weer dichtvouwen of in het envelopje doen. Het kan het cijfer meenemen of laten liggen waar het zat in de kring.
  • Leg dan het mandje met de kaarten neer en laat ieder kind een cijfer nemen. Stuur ze weg om iets te halen uit de klas dat je zult noemen. Bijvoorbeeld 2 bloemen uit een vaas, of tien scharen. Dit wordt gedaan met een kind tegelijk. Zelfs als een kind nog geen lesje heeft gehad met een bepaald materiaal, kan het toch er iets van gaan halen. Bijvoorbeeld 10 gouden tienstaafjes. Een zeldzame kans dingen te pakken waar een kind normaal gesproken nog niet aan mag komen. Er zijn kinderen die de hoeveelheid achter hun rug houden, onder hun shirt, in een poging niet aan de rest te laten zien wat ze hebben gekozen voordat ze terug komen.
  • Als iedereen zijn hoeveelheid gehaald heeft, tel wat ze hebben en lees de kaart. Laat kinderen hun eigen fouten herstellen. Het kind dat nul heeft, gaat ook door de klas lopen en doet alsof ze een specifiek materiaal zoekt waarvan zij een hoeveelheid wil. Het ‘rijpe’ kind doet alsof hij getal 10 heeft, terwijl er 0 op het kaartje staat. Kinderen kunnen daar heel erg slim in zijn. Ze vouwen hun handen op elkaar alsof er een grote hoeveelheid in zit. Als het hun beurt is om hun hoeveelheid te laten zien en te zien of zij de correcte hoeveelheid gehaald hebben bij de kaart in hun enveloppe, kijken ze ieder van hun leeftijdgenootjes in de ogen en zeggen ze vol trots: “ik heb nul, ik heb niets!” Ze openen hun handen en laten met veel drama zien dat er een lege ruimte in hun handen is. Het kan een echte voorstelling zijn. Het onrijpe kind houdt er in het algemeen niet van om 0 te krijgen. Ze willen hun kaartje inwisselen, gooien het op de grond, huilen, halen wel 15 krijtjes terwijl ze niets moeten halen, etc.
  • Het is een belangrijke stap om de kinderen die terugkomen in de kring de hoeveelheden te laten tellen in de kring, voor het oog van de andere kinderen. Dan halen ze het kaartje
  • tevoorschijn en checken ze om te zien of de hoeveelheid en het symbool overeenkomen. Als het niet klopt, gaat het kind onmiddellijk terug naar de omgeving om nog meer te halen van het item dat ze gekozen hebben.
  • Laat kinderen nu hun items terugbrengen naar de juiste plaats in de klas.
  • Speel het spel opnieuw, soms wel 5 of 6 keer achter elkaar.

Het concept nul

  • Verzamel meerdere kinderen in de kring. Vertel hen dat je ieder van hen zult vragen om iets een bepaalde hoeveelheid keer te doen. Zoals: “raak je tenen vier keer aan”. Als het spel vordert en je kinderen al diverse keren dingen gevraagd hebt om te doen, zoals springen als een kikker, draaien als een ballerina, en springen als een kangoeroe, vraag dan het volgende kind om nul sprongen te maken.
  • Als ze je aankijken en zeggen: dat kan ik niet, nul, is niets, acteer dan op je best door te zeggen: “ik ben je juf en heb je gevraagd om nul sprongen te maken, dus doe ze alsjeblieft.” Het kind herhaalt dat “nul is niets”. Bedek je ogen en doe alsof je huilt en herhaal je verzoek. “alsjeblieft, doe 0 sprongen, doe het voor mij”. Nu rollen de kinderen over de grond van het lachen. Ze zullen weer je verzoek weigeren.
  • Ga nu door met het volgende kind en vraag iets wat 5 keer gedaan kan worden, bijvoorbeeld blaas 5 kusjes. 
  • Net zoals bij het eerste geheugenspel, laat je het kind tellen terwijl hij de handeling doet. Dus ze zeggen hardop: een, twee, drie, vier, vijf kusjes. Dit is echt belangrijk omdat kinderen vaak niet tellen en het dan weer opnieuw moeten doen. Alle kinderen, van 3 tot 6 jaar, houden erg van dit spel!

Doelen

  1. Ontwikkelen van de kracht van herinnering voor hoeveelheden.
  2. Versterken van het idee van de “0” en ontwikkelen van zelfbeheersing.

Controle van de fout

Als het kaartje open ligt en het getal past niet met de hoeveelheid.

Leeftijd

3. – 4.

Dit materiaal onthult of het kind rijp is om verder te gaan met de reken-materialen. En je kunt opmaken of een kind het getal nul begrijpt. Net zoals je bij de metalen inlegfiguren zo vaak kunt zeggen dat kinderen er geen regenbogen in moeten maken of zoveel mogelijk kleuren moeten gebruiken om hartjes te tekenen in hun ellipsoïde vorm. Als kinderen dat doen heeft het geen zin om er iets van te zeggen. Kinderen zijn dan gewoon niet rijp genoeg om de mooie display van kleuren op de metalen inlegfiguren plank te weerstaan. “too immature to resist the colours”. Interpreteer het dus niet als ‘niet luisteren’ of ‘misbruik van het materiaal’, maar als onrijpheid.

Bron: onder meer http://themoveablealphabet.blogspot.nl/2009/09/montessori-memory-gameactivity-and.html